23 september 2008

Bolletje

Onlangs hoorde ik iemand in een podcast iemand anders aanhalen die weer iemand anders had uitgemaakt voor a spherical bastard. Nou betekent het Nederlandse sfeer ook wel “bol”, en sferisch “bolvorming” – maar in het Engels zijn die termen toch veel gebruikelijker. Ik houd het op bol.

A spherical bastard. Een bolvormige klootzak. Wat een geweldige verwensing! Het idee is: de bol is de enige geometrische vorm die er altijd hetzelfde uitziet, van welke kant je hem ook bekijkt. Een spherical bastard is dan iemand waarvan je zegt: hoe je er ook naar kijkt, het is en blijft een klootzak.

Alleen een echte bèta kan op zo’n scheldwoord komen, en ja, inderdaad, de (vermeende) bron is de Bulgaars-Zwitsers-Amerikaanse astronoom Fritz Zwicky, die er een goede gewoonte van maakte om een groep sterrenkundigen waarmee hij wedijverde voor spherical bastards uit te maken. Ook knappe wetenschappers kunnen bitchy zijn…

Lees verder →

16 september 2008

Met een boog om de pijl heen

Taal is een wonderlijk ding. Gesproken taal is in wezen niets anders dan een in kleine priegelklankjes gecodificeerde weergave van het leven, van de wereld om ons heen. En geschreven taal, dat vergeten we nog wel eens, is op zijn beurt niets anders dan een in kleine priegelvormpjes gecodificeerde weergave van gesproken taal.

Die eerste codificatie – van ervaring naar woorden – kan alleen werken bij de gratie van relevantie. Bijvoorbeeld: in de veertiende eeuw bestond in geen enkele Europese taal een woord voor tabak, simpelweg omdat de tabaksplant nog onontdekt (door Europeanen) groeide op een heel ander continent. Het heeft geen zin om een woord te hebben voor chocola als er geen chocola is in je beleving van de wereld (de cacaoboon, immers, groeide ook al op dat andere onbereisde werelddeel).

De relevantie van de tweede codificatie – van gesproken woord naar schrift – werkt anders, die krijg je min of meer cadeau: je gaat per slot van rekening pas een schrijfwijze voor een woord verzinnen als dat woord al bestaat.

Lees verder →

2 september 2008

Kleurtje

Soms word je door de raarste dingen op een zoektocht gestuurd. Zo vroeg ik een tijdje geleden aan een collega, toen ik ver van mijn bureau snel iets op wilde schrijven, “Kan je me even een van die blauwe geeltjes geven?” Een blauw geeltje! Als dat geen contradictio in terminis is, weet ik het ook niet meer. Maar toch, neen, “een blauw geeltje” is géén oxymoron. Een geeltje hoeft kennelijk niet geel te zijn.

Het zette me aan het denken: zijn er meer van dat soort woorden, van het type kleur + -tje? Jawel, natuurlijk, en hoe. De betekenissen die ik hier vermeld zijn een deel van (!) de betekenissen die in Van Dale genoemd worden.

Laat ik beginnen met die kleuren waarvan ook wel beweerd wordt dat ze niet echt “kleuren” zijn: zwart en wit. En grijs. Een zwartje is een weinig flatteuze benaming voor een neger en ook nog, kennelijk, een meisje met donker haar. Een witje is meer dan één soort vlinder, en verder een borreltje en een soort vis. (Heb jij ooit in de kroeg een “witje” besteld? Ik niet. En dan nog vraag ik me af of iemand daar niet eerder een witbier mee zou bedoelen.) Een grijsje, ten slotte, is een oudje, een opaatje of omaatje.

Lees verder →

26 augustus 2008

Ta-tuu ta-tuu

Bij het woord sirene denkt bijna iedereen eerst aan een langsrazende ambulance, politieauto of brandweerwagen. Maar de etymologie van het woord is te mooi om aan voorbij te gaan, en voert terug op de Griekse mythologie.

Sirenen, om de cliffhanger uit de vorige Taalisman maar eens op te pakken, zijn geen zeemeerminnen. Enige uitleg is hier op zijn plaats.

Een zeemeermin, zo is je waarschijnlijk geleerd, heeft het bovenlichaam van een mens en het onderlichaam van een vis. Zo staan ze ook te boek, maar klopt dat wel? In afbeeldingen is de staart van een zeemeermin vaak plat, horizontaal. En vissen hebben een verticale, rechtopstaande staart. Het zijn juist de zeezoogdieren, zoals walvissen, dolfijnen en orka’s, die platte staarten hebben. Als je de iconografie mag geloven, zijn zeemeerminnen dus half mens, half zeezoogdier. Maar ze hebben vaak wel weer schubben, en zoogdieren hebben geen schubben; vissen wel. Een onduidelijk gevalletje.

Zeemeerminnen zongen vaak bekoorlijk naar voorbijvarende zeelieden, die dan schipbreuk leden of overboord sprongen, een gewisse dood tegemoet gaand. Hun collega’s de sirenen hadden daar ook een handje van, maar daarmee houdt de gelijkenis dan ook op.

Lees verder →

19 augustus 2008

Less is more

Er wordt wel eens gezegd dat de grootste wetenschappelijke ontdekkingen niet begeleid worden, zoals het cliché wil, door een luid “Eureka!”, maar juist door een eenvoudig “Hé, dat is raar…”

Hoe het ook zij, ook minder belangwekkende openbaringen worden vaak voorafgegaan door – als de wereld een stripverhaal was – een tekstballonnetje met alleen een vraagteken erin. Ik had er een boven mijn hoofd hangen toen ik een paar dagen geleden naar het woord zeemeermin keek.

Zeemeermin. Zee-meer-min. Zee-meer-min. Meer. Dat meer, dat bracht mij, min of meer, van mijn stuk. Daar zit, zogezegd, meer achter, dacht ik. Want ik dacht ook meteen aan het Engelse woord mermaid. Niet “sea-mermaid” of zoiets, maar gewoon mermaid. Mer-maid. Mer-maid. Mer, meer. Zoals in het Franse la mer, de zee. Of zoals in het Duitse das Meer, de zee. En die min, zo redeneerde ik, dat is gewoon een vrouw, zoals in het Engelse maid meid betekent, en het Nederlandse min zoogvrouw.

Het vraagteken werd een uitroepteken.

Lees verder →

12 augustus 2008

Doeg

Ik kan me niet meer heugen wanneer ik voor het laatst een brief zag die afgesloten werd met Hoogachtend… Nou kan dat natuurlijk zijn omdat niemand mij nog hoogacht, maar ik denk toch dat er iets anders aan de hand is.

We zijn in de afgelopen decennia steeds informeler met elkaar gaan omgaan. Kledingcodes zijn versoepeld – wie draagt er nog, zoals mijn grootvader, ook in zijn vrije tijd een driedelig pak? Aanspreekvormen zijn genivelleerd – niet veel kinderen van de huidige basisschoolgeneratie zeggen nog u tegen hun opa en oma, en niet veel van hun ouders zeggen nog u tegen hun baas. De MBB (“minimale beleefde begroeting”, een eigen verzinsel van mij) is van al zijn ceremonieel ontdaan – iedereen kust en knuffelt elkaar: van links tot oud, van hoog tot rechts, van jong tot laag. En de lange brieven en gesprekken van weleer zijn grotendeels vervangen door korte maar vaak niet eens zo krachtige e-mails, msn-chats, sms’jes, iCards en gsm-babbels.

Lees verder →