Dit is het laatste bericht op de Taalisman-site. Maar niet getreurd, deze blog gaat gewoon door onder een nieuwe naam. Op de nieuwe site zijn ook alle oude columns nog te vinden zijn.
Tot ziens in de Taaleidoscoop!
Dit is het laatste bericht op de Taalisman-site. Maar niet getreurd, deze blog gaat gewoon door onder een nieuwe naam. Op de nieuwe site zijn ook alle oude columns nog te vinden zijn.
Tot ziens in de Taaleidoscoop!
Soms word je door de gekste dingen op een taalspeurtocht gestuurd. Afgelopen weekend liep ik door het winkelcentrum, waar ik op de etalageruit van de slijter deze poster zag.
Meteen stond ik stil en bracht mijn mobieltje in staat van paraatheid om een foto te maken. Want ergens in mijn achterhoofd ging een stemmetje zingen: dit klopt niet. Uiteindelijk, zoals je zult zien, klopt het wel, maar voordat ik daarachter was, had ik een paar leuke ontdekkingen gedaan.
Dat stemmetje echode tevoorschijn uit een herinnering aan een gesprek, lang geleden. Een gesprek in het Engels, welteverstaan, waarin ik de euvele moed had om een wijnkenner een vinologist te noemen. Neen! brieste mijn tegenspreker, een “wijnoloog” heet een oenologist. En dat is ook zo. In het Engels.
Je staat er niet elke dag bij stil, maar jij en Julius Caesar hebben iets gemeen. En dan bedoel ik niet het voor de hand liggende, zoals dat je allebei een alvleesklier hebt of je teennagels moet knippen. Nee, ik bedoel dat mooie weetje dat een paar slimme wetenschappers becijferd hebben: dat elke keer dat jij ademt, er een paar moleculen je longen in en uit gaan die ook door Caesar zijn geademd.
En je staat er niet elke dag bij stil, maar jij hebt ook iets wat Julius Caesar nooit gehad heeft. En dan bedoel ik niet een mobieltje of een vaccinatielitteken op je arm. Nee, ik bedoel: kleine letters.
Want ons alfabet mag dan het Latijnse alfabet heten, maar de goede oude Romeinen waar we het van hebben overgenomen hadden alleen hoofdletters. Die hadden dus nooit gehoord van veni, vidi, vici, maar alleen van VENI, VIDI, VICI. Waar komen die klein-maar-fijne lettertjes dan toch vandaan? Daarvoor moet je naar een andere grootheid uit de geschiedenis: Karel de Grote. (Ook uit zijn longen, trouwens, adem je voortdurend deeltjes in.)
Wat ik ermee doe is nagenoeg niets, maar ik heb hem wel: mijn inschrijving bij Facebook. Voor wie het niet weet: facebook.com is een soort Hyves voor gevorderden, van Amerikaanse origine maar heel internationaal georiënteerd. Een social networking website dus. (Hoe heet dat in het Nederlands? Een “sociale netwerksite”, zegt de Nederlandse Wikipedia. Maar volgens de spellingsregels – denk aan eerstegraadsverbranding – moet dat eigenlijk één woord zijn. “Socialenetwerksite” dus. Hmm.)
Hoe dan ook, ik zit op Facebook en doe er niets mee. Behalve, zo nu en dan, snuffelen naar een long-lost friend in het buitenland. Zo vond ik er onlangs een Chileense vriendin, die, zo weet ik nu, op dit moment woont in de Dominicaanse Republiek (mijn geboorteland!) en zwanger is van haar langeafstandsvriend en volgend jaar naar Brooklyn gaat verhuizen. Da’s pas bijpraten!
Maar het gaat mij hier niet om die vriendin. Het gaat juist om mijn vriendin. Die bestaat namelijk niet, maar daar schijnt Facebook anders over te denken.
De titel van de vorige Taalisman verraadde het al een beetje: we hebben een fijn Grieks voorvoegsel voor “onder” (hypo-), maar ook een dat uit het Latijn komt. Die Romeinen mogen dan rare jongens geweest zijn, volgens Obelix, maar ze hebben ons wel sub- gegeven, dat – net als Jupiter voor Zeus en Venus voor Aphrodite – niet onderdoet voor zijn hellenistische evenknie.
Sub- betekent “onder” of “lager” in woorden als subcategorie, subprime (dat schijnt iets met hypotheken te maken te hebben) en subject (letterlijk: onderwerp).
Net zoals hypo- een medeplichtige heeft in hyper-, zo heeft ook sub- een kompaan die “boven” of “hoger” betekent: super-. Denk daarbij aan woorden als supersonisch (met een snelheid hoger dan die van het geluid) of supervisie (letterlijk: een blik van boven, toezicht). Maar super- heeft zich vooral genesteld in de betekenis van “zeer groot” of “in hoge mate”. De woordenlijst die dat oplevert is schier eindeloos: van supermarkt tot supernova, van supersnel tot superbenzine. Ten slotte wordt super-, in een nog verder afgeleide betekenis, ook gebruikt om aan te geven dat iets van zeer goede kwaliteit is, of heel aantrekkelijk, zoals in superfilm of superauto.
In een gesprek met een vriendin stuitte ik onlangs weer eens op het komische duo Hypo en Hyper. Beide zijn tot ons gekomen vanuit het Grieks, en doen nu goede zaken als voorvoegsels in allerhande woorden in de meest uiteenlopende talen. Hypo- betekent zoveel als “te laag”, “onder”; hyper- betekent precies het tegenovergestelde: “te veel”, “boven”.
Zo is er een hele grabbelton aan medische termen die aanduiden dat een organisme (zoals jij of ik) te veel of te weinig van iets kan hebben. Heb je bijvoorbeeld een te snel werkende schildklier, dan lijd je aan hyperthyreoïdie. Zit je schildklier (thyroid, in het Engels) juist op zijn gat te niksen, dan lijd je aan hypothyreoïdie. Hyper en hypo, het zijn net Snip en Snap, Laurel en Hardy.
Maar goed, bovengenoemde vriendin en ik zaten al snel te puzzelen met al die niet-technische, meer gangbare termen waarin óók hypo- voorkomt, zoals hypotheek of hypochonder of hypocriet. Wat is daar nou “onder” of “laag” aan?